Poppentheater Siert van den Berg
 


HOME


SITEMAP

 
 
 
Siert van den Berg, dertig jaar poppenspel.

Waarom en hoe wordt iemand poppenspeler?

Poppenspeler? Ik wilde altijd filmer worden: cineast. Ik had op de academie voor industriële vormgeving in Eindhoven les gehad van Frans Zwartjes, die eigenzinnige avant-garde films maakte op 16 mm.
Alles zelf doen, op intuïtie, met eenvoudige en bestaande middelen, dat heb ik van hem geleerd: creatieve onafhankelijkheid. 
Toen hij vertrok in 1971 naar Den Haag om daar met George Lampe de vrije academie Psychopolis te leiden, heb ik serieus overwogen om hem daar naar toe te volgen. Maar met een aantal vrienden ben ik toen verhuisd naar de de AKI in Enschede. 
Het was de tijd van de studentenonlusten, de democratiseringsbeweging. In tegenstelling tot Eindhoven had directeur Joop Hardy in Enschede een klimaat gecreëerd waarin studenten alle ruimte en vrijheid kregen om zich op een zeer individuele manier te ontwikkelen. Je koos de docenten waarbij je je het meest bij thuisvoelde en werkte zeer zelfstandig aan de meest uiteenlopende projecten. 
Alle belangrijke mensen uit die tijd werkten daar als (gast)docent op de academie: de grafische vormgevers Swip Stolk, Anton Beeke en Floris Guntenaar. Provo-fotograaf Cor Jaring, met in zijn kielzog o.a. Robert Jasper Grootveld. Schilders als Hans Ebeling Koning en Sipke Huisman. 
Ik woonde in een groot huis in het centrum van Enschede in een soort commune: met alle vrienden uit Eindhoven: Marc Volger, Jan van Delft, Eric Toebosch, Eugène Werners en Herman van den Boom, we werden op de academie de Brabanders genoemd. Als groep werkten we een aantal jaren intensief samen aan boeiende praktijkgerichte projecten: veel (foto)tentoonstellingen en voorlichtingsmateriaal over onderwerpen als: kinderinternaten Bijzonder Jeugdwerk en een film over gastarbeiders voor de stichting Buitenlandse Werknemers. In het huis werden felle discussies gevoerd over de plaats en taak van de kunst in de samenleving. Daarnaast werden er regelmatig grote feesten gegeven, als de kroegen dichtgingen in de stad kwamen er vaak mensen met ons mee om tot diep in de nacht verder te drinken, te dansen op de muziek van de Rolling Stones en de beest uit de hangen. De commune groeide uit met de komst van vriendinnen en op den duur woonden we met 12 mensen samen. Wisselend corvee van boodschappen doen, eten koken en schoonmaken. 
In 1974 deden we allemaal eindexamen en viel de club uit elkaar, hoewel er nog altijd goede onderlinge contacten zijn.

Wanneer werd je belangstelling voor theater geboren? 

Op de academie werd redelijk veel aan theater gedaan: vaak multimediale projecten, toneelstukken waarbij b.v. de acteurs eerst op het podium te zien waren, maar even later in dezelfde rol verder speelden op een filmscherm.
  
Waar maakte je de switch naar poppentheater?

Na de academie werd het steeds moeilijker om filmprojecten van de grond te krijgen. Film is een duur medium en ik had eigenlijk geen contacten in de film of televisiewereld. Ik was ook de enige in die tijd die zich op de kunstacademie met film had beziggehouden. Na het eindexamen waagde ik nog een poging om een documentaire te maken over de Achterhoekse popgroep Normaal. Samen met Hans Mellendijk, een vriend nog van de academie, heb ik de allereerste repetities en optredens van Normaal gefilmd. Maar het strandde op materiaalpech en geldgebrek en uiteindelijk heb ik na een tijdje mijn prachtige, met veel pijn en moeite bij elkaar gespaarde Pathe Electronic DubbelSuper 8 camera moeten verkopen.
Maar ik had ondertussen wel geleerd hoe je een scenario moest schrijven. Ik had geleerd hoe je beeld en geluid kunt samenvoegen. Ik had leren monteren, ik wist iets over dramaturgie, timing  en spanningsopbouw. Ik wist dat ik met iets eenvoudigs en goedkoops moest beginnen en ik wist dat ik onafhankelijk wilde blijven. 
Ik overwoog om tekenfilm te gaan maken en van tekenfilm werd het poppenfilm. De allereerste ideeën gingen uit van poppen die voor een gefilmde achtergrond zouden spelen. Een realistische situatie b.v. het gefilmde beeld van de sociale dienst, waarin poppen aan het loket om een uitkering komen vragen.

Is dat toen gelukt?

Zelfs dat werd veel te ingewikkeld. Maar ik had inmiddels wel een paar poppen gemaakt en een soort kast waar door middel van spiegels lichtbeelden op het achterdoek geprojecteerd konden worden. 
Op een dag vroeg een juffrouw van een kleuterschool, die via via van iemand gehoord had dat ik iets met poppenspel aan het doen was of ik niet voor haar 25-jarig jubileum een voorstelling kon geven. Ik heb toen samen met Helmi Ruychaver, mijn ex-vrouw,  in een paar weken tijd een voorstellinkje in elkaar gezet. Heel simpel, heel eenvoudig met twee poppen: Kees en Cor, die in hun karakters sterk overeenkwamen met Ernie en Bert uit Sesamstraat.

En daarmee was Poppentheater Siert van den Berg geboren?

De Rarekiek, zo heette onze poppenkast. Pas na de scheiding ben ik onder mijn eigen naam gaan werken.

Rarekiek?

Een rarekiek is een soort draagbare kijkkast. Vroeger was het een kleine kermisatraktie. Er waren bijzondere landschappen in te zien met bewegende, door zandlopers aangedreven, objecten erin. De naam wordt ook wel gebruikt voor schilderijen die uit verschillende lagen zijn opgebouwd of uit meerdere panelen bestaan.

Zag je jezelf als een kermisattractie?

Het idee om op reis te gaan, om met een poppenkast door de wereld te zwerven sprak me zeer aan, ja. Een zeer romantisch idee.

Is het dat ook in de praktijk?

Romantisch? Ik sta nu te vaak in de file om het reizen nog romantisch te noemen. Maar je komt natuurlijk wel op heel veel verschillende plaatsen: je ontmoet overal weer verschillende en interessante mensen. Het houd je nieuwsgierig.
  
Kon je daar meteen van leven?

Nee, dat geloof ik niet. Ik deed nog allerlei verschillende dingen in die tijd. Ik was als docent betrokken geraakt bij de kunstzinnige vorming: ik gaf cursussen: fotografie, film en video. De creativiteitscentra waren in opkomst en waar ik vooral belangstelling voor had waren de ontwikkelingen in het onderwijs. Ik kreeg een baantje als docent audiovisuele vorming bij de gemeente in Arnhem. Daar werd nagedacht over hoe je met kunstzinnige middelen het onderwijs kon verbeteren, hoe je leerlingen creatiever kon maken. Zelfexpressie, creatieve vorming dat waren de termen die toen in opkomst kwamen. 
Ik reisde een tijdlang allerlei scholen af om daar met kinderen foto's, diaklankbeeldjes en hoorspelen te maken. Steeds vaker kwam het voor dat mensen zoals ik na schooltijd teamtrainingen gaven aan onderwijzers op het gebied van dans of drama, muziek en audiovisuele vorming. Er moesten op een gegeven moment ook leerplannen komen op het gebied van de kunstzinnige vorming.

Had je daar verstand van, van leerplannen?

Nee, en het was ook heel moeilijk om je als kunstenaar geloofwaardig te maken binnen het onderwijs. Ik besloot daarom ook dat ik pedagogiek en met name onderwijskunde wilde gaan studeren. Zo heb ik vier jaar lang een universitaire dagopleiding, een baantje als docent, een poppentheater en een gezin met inmiddels twee kinderen gecombineerd.

Lukte dat?

Sommige dingen versterkten elkaar goed. Zodra ik liet doorschemeren binnen een teamtraining op een school dat ik onderwijskunde studeerde werd ik veel serieuzer genomen. Inhoudelijk kregen de voorstellingen met het poppentheater een veel diepere en pedagogisch beter onderbouwde gelaagdheid. Binnen mijn werk op het bureau kunstzinnige vorming kwam steeds meer belangstelling voor receptieve kunstzinnige vorming; het leren kijken naar voorstellingen. Er was nog maar weinig aanbod, dus kreeg ik alle kans om mijn voorstellingen te promoten. 
Maar aan de andere kant nam ik veel te veel hooi op mijn vork. Het gevolg was dat ik een paar jaar later goed overspannen was en een keus moest maken uit al die activiteiten. 

Waar leidde die keus toe?

Het werd uitsluitend poppenspel. Al het andere ging overboord. Alleen op die manier had ik het gevoel vrij en onafhankelijk te zijn. Mezelf te kunnen uiten, met de mogelijkheden die ik had.

Wat waren die mogelijkheden?

Ik kon een beetje schrijven, ik kon een beetje muziek maken. Ik kon goed knutselen en ik vond het leuk om op te treden.

Van alles een beetje?

Ja, maar ook erg afwisselend. En als ik er zelf niet uitkwam haalde ik er andere mensen bij: een tekstschrijver of een regisseur. Ik heb b.v. veel geleerd van Henk Abbing, een oude rot uit het vak. Iemand die zelf als speler een belangrijke invloed heeft gehad op het poppenspel. Bovendien iemand die alle ontwikkelingen had gevolgd, niet alleen in Nederland, maar vooral ook in Frankrijk. Hij kende iedereen en had iedereen in het vak zien optreden. Hij had gewerkt met Feike Bosma en Jan Nelissen en was een van de eerste poppenspelers in het land die zich buiten de kast liet zien. 
Hij is een van de weinige regisseurs die het geduld kunnen opbrengen om het maken van een poppentheatervoorstelling te begeleiden.

Geduld?

In tegenstelling tot een normale theatervoorstelling kan het maken van een poppentheaterproductie een langdurig proces zijn. Het begint al met het verhaal: er is zeer weinig geschreven voor poppenspel. Het kan soms heel lang duren voordat je een bestaand verhaal vind dat goed te bewerken is. 
Laat je iets schrijven dan heeft de schrijver de handicap dat een pop nu eenmaal een object is met een zekere beperking in zijn expressiemogelijkheden. Denk aan motoriek en gebruik van ruimte, gelaatsuitdrukkingen. Voordat je deze beperkingen weet om te zetten in juist de kracht ervan, moet een tekstschrijver veel poppentheater gezien hebben en weten om te gaan met de mogelijkheden en onmogelijkheden. 
Daarbij komt dat alles op schaal gemaakt moet worden, van een tafel en een stoel tot en met de acteurs zelf: de poppen. De tijd dat een poppenkast steeds opnieuw gebruikt kon worden: ander achterdoekje, af en toe een nieuwe pop, is ook al heel lang voorbij. Wij maken voor ieder stuk een totaal nieuwe setting, ieder décor is weer totaal anders. Daarbij komt dat we overal willen kunnen spelen, niet alleen in theaters maar ook in de gymnastiekzaal van een school. Dat betekent dat voor iedere voorstelling een opstelling moet worden gemaakt waarin ook de toneelverlichting is geïntrigeerd. Je bouwt dus in feite iedere keer een compleet nieuw theater.

Waar je ook nog eens mee moet kunnen reizen?

Ja, daar moet je al vanaf het allereerste idee rekening mee houden. Dat het in de auto kan, dat het steeds opnieuw opgebouwd en afgebroken moet worden en dat het heel blijft. En dat het zo handig in elkaar zit dat je naast het reizen twee maal op een dag kunt optreden, inclusief bouwen en afbreken.

Hoe groot moet ik me zo'n decor voorstellen?

Podiumvullend. Nou ja, de werkvloer in mijn atelier is 6 bij 6 meter, dat wordt iedere keer volgebouwd. Wil je voor een redelijk groot publiek van 150 mensen kunnen optreden dan moet je ook zorgen dat iedereen het goed kan zien. Dat betekent dat je ook op een behoorlijke schaal moet bouwen.

Hoe leer je dat poppenspelen?

Dat is een moeilijke vraag. Sommige mensen hoeven dat helemaal niet te leren. Je geeft ze een pop in handen en ze laten hem de meest fantastische dingen doen. Anderen leren het nooit, het blijft een houterig kunstmatig gedoe, waarbij de spelers meteen een raar stemmetje opzetten. Maar het is een theoretische vraag: iedere poppenspeler maakt zijn eigen figuren en geeft daar ook zijn eigen invulling aan. Daarom zijn er ook zulke grote verschillen, iedere voorstelling is gebonden aan zijn maker.
In de toneelwereld is het gebruikelijk dat een regisseur de leiding heeft over een gezelschap. Hij maakt de keuze voor het repertoire; hij kiest de spelers er bij uit. Dit komt in het poppenspel slechts weinig voor, alleen sommige gesubsidieerde gezelschappen als het Speeltheater Holland, Theater Terra en Gnaffel werken op die manier.

Toch een kwestie van geld?

Ja, de kleinere gezelschappen hebben weinig middelen om deskundigheid in te kopen.

Gaat dat ten koste van de kwaliteit?

Vaak wel. Het is heel moeilijk om afstand te nemen van je eigen prestaties. Als je alles zelf doet: je eigen verhalen schrijven, je eigen décor ontwerpen en maken, zelf optreden enz. dan loop je de kans dat er een aantal aspecten minder goed uit de verf komen. Daar staat tegenover dat een poppentheatervoorstelling vaak getuigt van een zeer persoonlijke opvatting van de maker. De meeste poppenspelers die ik ken zijn dan ook zeer uitgesproken figuren. En ze geven niet gauw op, ze meten hun eigen kwaliteiten graag aan het publiek en zijn trots op wat ze maken.

Zijn er niet te veel groepen in Nederland?

Het is maar hoe je het bekijkt. Er zijn zeer veel jeugdtheatergezelschappen in Nederland. Er is veel concurrentie. Maar dat betekent ook dat het niveau over het algemeen heel hoog is en dat er grote en interessante verschillen in opvatting bestaan. 

Geldt dat ook voor poppentheater?

Poppentheater neemt daarin zeker deel, maar er zijn ook nog altijd heel veel amateur en semi-professionele poppentheaters, die het traditionele beeld van Jan Klaassen en Katrijn blijven bevestigen.

Wat is er mis met traditie en met Jan Klaassen en Katrijn?

Helemaal niets mis mee. Maar er zijn er nog altijd heel veel "poppenkasten" en omdat ze hun vaak oubollige repertoire nauwelijks vernieuwen en jaren met hetzelfde décor rondtrekken kunnen ze zeer goedkoop werken. Dat bevestigd bij het grote publiek het idee dat poppentheater nog altijd een goedkoop soort amusement is. Daarom schromen veel professionele groepen om de termen poppenkast of poppentheater te gebruiken. 

Poppentheater Siert van den Berg?

Ja, ik noem het nog altijd poppentheater, ik geneer me niet voor die naam. In zekere zin sluit mijn werk ook aan op de traditie van het poppenspel. Ik probeer laagdrempelige toegankelijke voorstellingen te maken voor een breed publiek. Ik probeer te profiteren van de goodwill van de traditie. Ik hou ook de sterke kanten van de traditionele poppenkast erin. De humor, de slapstick, de kindvriendelijkheid, de gezelligheid, de verkleining.

De vrijblijvendheid en de vertrutting?

Ja, dat is het gevaar. Je probeert daar altijd zo ver mogelijk van weg te blijven. Feit blijft dat je, als je voor jonge kinderen werkt zoals ik, je eenvoudige thema's kiest en een beetje weg blijft van al te heftig drama.

Dat is een opvatting.

Ja daar wordt zeer verschillend over gedacht in het jeugdtheater. Er zijn gezelschappen die onderwerpen aansnijden als echtscheiding, het overlijden van een vader of moeder, kindermishandeling enz. Dat dergelijk theater bestaat, ook voor hele jonge kinderen, daar heb ik geen moeite mee. Zelf als mens, vader van kinderen, inmiddels opa, maker van kindervoorstellingen en vooral ook als speler kies ik graag voor een zonniger kant. Een optimistische kant, ik wil graag kinderen vertederen, ze weg laten dromen in een kleurrijke fantasierijke wereld. Een overzichtelijke wereld. De problemen in mijn voorstellingen ontstaan niet uit grote conflicten, maar eerder vanuit een vergissing, een misverstand.

Sprookjes?

Nee, beslist geen sprookjes. Daarin gaat het vooral om de moraal. Mijn verhalen spelen zich dichter bij huis af, de dagelijkse herkenbare wereld van de kinderen zelf. Vaak zijn het kleine avonturen: de reis om de wereld in je eigen tot schip omgebouwde bed. Het bevestigen en stimuleren van het eigen spel en de fantasie van kinderen.
En natuurlijk heeft een goed verhaal een conflict nodig, en natuurlijk moet je er wat van kunnen leren. Maar dat hoeft voor mij niet per definitie te beteken dat mijn publiek emoties moet doormaken, die je in het echte leven kinderen liever zou willen besparen. 
Bovendien is mijn publiek vaak zo jong dat het voor de meesten de allereerste keer is dat ze een voorstelling zien. Voor mij mag dat op een eenvoudige plezierige manier beginnen.   

Hoe zie je de toekomst?

Ik blijf m'n eigen gang wel gaan. Ik doe dit omdat ik het nog altijd leuk vind. Daarnaast maak ik de laatste tijd weer meer vrij werk: schilderijen en foto's. 
Ik probeer ook dingen te ontwikkelen voor film en televisie. Samen met mijn beide kinderen: Derk en Mans die een multimedia bedrijf runnen in Arnhem. In hun studio worden de films van mijn voorstellingen gemaakt die mensen na de voorstelling kunnen kopen of bestellen via internet. 

De cirkel is weer rond?

Ja, dat is wel grappig. Ze hebben allebei die liefde voor film van hun vader geërfd.
../Kindertheater_Siert_van_den_Berg/Berend_Botje.html
Workshops.html

Volgende pagina

Vorige pagina

Zie ook Poppentheater de Rarekiek in het archief van

“Het Geheugen van Nederland”: beeldmateriaal van poppentheater/poppenspel tot ca. 1980:


http://www.geheugenvannederland.nl/?/nl/zoekresultaten/pagina/1/Komt%20dat%20zien!%20Poppentheater%20in%20beeld/(isPartOf%20any%20'POP01')

../Kindertheater_Siert_van_den_Berg/Max_de_Beer.html
../Kindertheater_Siert_van_den_Berg/Max_de_Beer.html